Museum Nairac Barneveld - Veluws Museum Nairac - Jan van Schaffelaar - De sprong van Jan Van Schaffelaar
De sprong van Jan Van Schaffelaar
Hoekse en Kabeljauwse twisten
In de Nederlandse geschiedenis staat de periode van ca 1350 tot 1500 bekend als de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In het begin was het een strijd tussen verschillende groepen edelen over opvolgingskwesties. Het was niet altijd duidelijk waarom de ene familie Hoeks en de andere Kabeljauws was. In de tweede helft van de 15e eeuw werd het meer een strijd tussen de aanhangers van de Bourgondiërs in de Nederlanden (de kabeljauwen) en de tegenstanders van de Bourgondiërs (de Hoeken).
David van Bourgondië bisschop van Utrecht
David van Bourgondië was van 1456 tot 1496 bisschop van Utrecht. Het stadsbestuur bestond echter uit aanhangers van de hoeken. Zij wilden geen Kabeljauwse bisschop en in 1481 zetten zij David de stad Utrecht uit. Kabeljauwse troepen hielpen hem om terug te keren. Zij belegerden Utrecht om de bevolking uit te hongeren. Toen het voedseltekort van de Utrechtse bevolking groter werd, stuurde Jan II van Kleef voedseltransporten. Hij deed dit omdat hij bevriend was met het hoekse stadsbestuur. Deze transporten liepen van Kleef over de Veluwe van Barneveld naar Utrecht. Om deze voedseltransporten tegen te houden stuurde David van Bourgondië er troepen op af. Onder deze Kabeljauws troepen bevond zich Jan van Schaffelaar, die waarschijnlijk afkomstig was uit het schoutambt Barneveld.
Afb. Schilderij naar de vertelling van de roman "De Schaapherder" van J.F. Oltmans.
De kunstenaar is onbekend en het is gemaakt tussen 1840 en 1900. Behalve Jan van Schaffelaar die van de toren springt zijn o.a. de slechte Perrol met de Rode Hand en Ralph de Schaapherder met de hond te herkennen.
Jan van Schaffelaar en de sprong vande toren.
In een kroniek uit 1698 (216 jaar na de sprong) wordt de sprong van Jan van Schaffelaar als volgt vermeld:
'Op 16 juli 1482 hadden de kabeljauwse ruiters, afkomstig uit Roosendaal, de toren en de kerk van Barnveld ingenomen. Hoekse soldaten uit Amersfoort en Nijkerk belegerden daarop de kerk. Ze hadden kanonnen bij zich waarmee ze zich door de toren schoten. Hierbij kwamen vier of vijf bezetters om het leven. De mannen op de toren boden zich aan over te geven maar die van Amersfoort gingen hier niet op in. Ze wilden dat een zekere Jan van Schaffelaar uit de galmgaten naar beneden zou worden geworpen. De mannen op de toren wilden dit niet doen. Toen zei Jan van Schaffelaar:
" Lieve gezellen, ik moet toch eenmaal sterven, ik wil u geen moeilijkheden bezorgen". Hij ging naar boven op de tinnen van de toren staan, zette zijn handen in zijn zijde en sprong naar beneden. Hij overleefde zijn val maar werd door zijn vijanden gedood.
De oorlog is met de sprong van Jan van Schaffelaar niet ten einde. Pas in 1483 keert bisschop David van Bourgondië na veel strijd terug naar Utrecht. De gebeurtenis heeft veel schrijvers, dichters, schilders en tekenaars geïnspireerd. In 1903, ruim 400 jaar later, werd tegenover de toren en museum Nairac een standbeeld voor Jan van Schaffelaar onthuld.