Feestelijke kledij van weleer
De mousseline werd geïmporteerd uit India, maar ontleent haar naam aan de stad Mosul in Irak. Na de kruistochten kwamen deze luxe stoffen in West-Europa en kregen de naam van de stad waar ze geproduceerd of gekocht werden.
Datering: 1750-1800.
Materiaal: katoenen mousseline.
Afmetingen: 83x83 cm.
Oud bezit, verwerving onbekend.
Nadat de Indische katoenen mousseline in vrij grote hoeveelheden
op de Europese markt kwam, ontwikkelde zich in Saksen, rond het hof in Dresden, de borduurtechniek
die de naam Point de Dresden kreeg. Het is een moeilijke techniek die de suggestie wekt van fijne naaldkant. Vooral voor de lange manchetten bij de dameskleding was het zeer in de mode.
![]() |
| Foto: Jan Pit/BDU |
van circa 1820, een echt Empire-kledingstuk met hoge taille. Dat hierbij
een halsdoek, vaak ook aangeduid met het Franse woord ‘fi chu’,
uit de 18e eeuw werd gedragen, is zeker niet onwaarschijnlijk. Kant
en mooie borduursels waren zeer kostbaar. Ze trotseerden de mode en
werden vaak vererfd van moeder op dochter.
Bij het woord ‘jak’ zijn velen geneigd aan streekdracht te denken, maar in dit geval is dat niet
juist. Het is modekleding, maar wel voor een bepaalde laag van de bevolking.
Op het platteland werden jakken gedragen en in de stad door vrouwen van ambachtslieden en dienstpersoneel. Dames droegen japonnen, vanaf de Empiretijd meestal uit één stuk.
De bezitster van dit jak, een heel klein maatje, zal een dochter van een welvarende boer geweest zijn, of kamenier (vanaf ongeveer 14 jaar!) van een aanzienlijke dame. In beide gevallen zou zij heel goed een fi chu als deze hebben kunnen bezitten.
Dames waren vaak vergezeld van hun kamenier, ook tijdens langere
logeerpartijen; het was gewoonweg onmogelijk dat een dame zichzelf
kleedde, alleen al vanwege de beruchte rijgveter van haar corset. Het
ligt voor de hand dat ze erop gesteld waren dat hun kamenier er goed
verzorgd uitzag. In de literatuur uit die tijd is meermalen sprake van
cadeaus in de vorm van net-niet-meer-nieuwe kleding en accessoires.
In sommige streken werd dit zelfs gevoeld als een recht van het dienstmeisje.
Een puntgave halsdoek als deze zou ervaren worden als een
grote blijk van waardering van ‘mevrouw’.
